bloem

Spaanse-taal.net

Home

Terug naar grammatica

Verder naar pretérito indefinido

Het vervoegen van de "perfecto compuesto"

Het regelmatige werkwoord hablar

Yo he hablado Ik heb gesproken
Tú has hablado Jij hebt gesproken
Él/Ella/Usted ha hablado Hij/zij/u heeft gesproken
Nosotros/Nosotras hemos hablado Wij hebben gesproken
Vosotros habéis hablado Jullie hebben gesproken
Ellos/Ellas/Ustedes han hablado Zij hebben, u (meervoud) heeft gesproken

Het regelmatige werkwoord comer

Yo he comido Ik heb gegeten
Tú has comido Jij hebt gegeten
Él/Ella/Usted ha comido Hij/zij/u heeft gegeten
Nosotros/Nosotras hemos comido Wij hebben gegeten
Vosotros habéis comido Jullie hebben gegeten
Ellos/Ellas/Ustedes han comido Zij hebben gegeten, u (meervoud) heeft gegeten

Het regelmatige werkwoord vivir

Yo he vivido Ik heb geleefd
Tú has vivido Jij hebt geleefd
Él/Ella/Usted ha vivido Hij heeft geleefd
Nosotros/Nosotras hemos vivido Wij hebben geleefd
Vosotros habéis vivido Jullie hebben geleefd
Ellos/Ellas/Ustedes han vivido Zij hebben geleefd, u (meervoud) heeft geleefd

Door naar vervoeging pretérito indefinido