cactus

Spaanse-taal.net

Home

Terug naar grammatica

Het vervoegen van ser en estar

Het werkwoord estar (zijn)

Yo estoy Ik ben
Tú estás Jij bent
Él/Ella/Usted está Hij/zij is, u bent
Nosotros/Nosotras estamos Wij zijn
Vosotros estáis Jullie zijn
Ellos/Ellas/Ustedes están Zij zijn, u (meervoud) bent

Het werkwoord ser (zijn)

Yo soy Ik ben
Tú eres Jij bent
Él/Ella/Usted es Hij/zij is, u bent
Nosotros/Nosotras somos Wij zijn
Vosotros sois Jullie zijn
Ellos/Ellas/Ustedes son Zij zijn, u (meervoud) bent

Voorbeelden ser en estar

Estar

Het werkwoord 'estar' wordt onder andere gebruikt voor zaken die een tijdelijk karakter hebben.

Zie onderstaande voorbeelden:

(Yo) estoy in Madrid Ik ben in Madrid
La comida está muy caliente Het eten is erg heet
(Tú) estás enfermo Jij bent ziek
(Nosotros) estamos muy contentos Wij zijn zeer tevreden

Ser

Het werkwoord 'ser' wordt onder andere gebruikt voor zaken die een permanent karakter hebben.

Madrid es muy grande Madrid is heel groot
Las verduras son muy saludables Groenten zijn heel gezond
(Tú) eres muy simpático Jij bent heel aardig
(Nosotros) somos Holandeses Wij zijn Nederlanders

Zie ook de werkwoord oefeningen op deze site