cactus

Spaanse-taal.net

Home

Over de Spaanse taal

Terug naar grammatica

Het vervoegen van het onregelmatige werkwoord 'conocer' (indicativo)

Presente

  • Yo conozco
  • Tú conoces
  • Él/Ella/Usted conoce
  • Nosotros/Nosotras conocemos
  • Vosotros conocéis
  • Ellos/Ellas/Ustedes conocen
  • Ik ken
  • Jij kent
  • Hij/zij kent
  • Wij kennen
  • Jullie kennen
  • Zij kennen, u (meervoud) kent

Pretérito Imperfecto

  • Yo conocía
  • Tú conocías
  • Él/Ella/Usted conocía
  • Nosotros/Nosotras conocíamos
  • Vosotros conocíais
  • Ellos/Ellas/Ustedes conocían
  • Ik kende
  • Jij kende
  • Hij/zij/u kende
  • Wij kenden
  • Jullie kenden
  • Zij kenden, u (meervoud) kenden

Pretérito Indefinido

  • Yo conocí
  • Tú conociste
  • Él/Ella/Usted conoció
  • Nosotros/Nosotras conocimos
  • Vosotros conocisteis
  • Ellos/Ellas/Ustedes conocieron
  • Ik heb gekend
  • Jij hebt gekend
  • Hij/zij/u heeft/hebt gekend
  • Wij hebben gekend
  • Jullie hebben gekend
  • Zij hebben gekend, u (meervoud) heeft gekend

Voorbeelden:
(Yo) te conozco Ik ken jou
¿(Tú) le conoce? ken je hem?