cactus

Spaanse-taal.net

Home

Over de Spaanse taal

Terug naar grammatica

Het vervoegen van het onregelmatige werkwoord 'zeggen' (indicativo)

Presente

  • Yo digo
  • Tú dices
  • Él/Ella/Usted dice
  • Nosotros/Nosotras decimos
  • Vosotros decís
  • Ellos/Ellas/Ustedes dicen
  • Ik zeg
  • Jij zegt
  • Hij/zij zegt
  • Wij zeggen
  • Jullie zeggen
  • Zij zeggen, u (meervoud) zegt

Pretérito Imperfecto

  • Yo decía
  • Tú decías
  • Él/Ella/Usted decía
  • Nosotros/Nosotras decíamos
  • Vosotros decíais
  • Ellos/Ellas/Ustedes decían
  • Ik zei
  • Jij zei
  • Hij/zij/u zei
  • Wij zeiden
  • Jullie zeiden
  • Zij zeiden, u (meervoud) zei

Pretérito Indefinido

  • Yo dije
  • Tú dijiste
  • Él/Ella/Usted dijo
  • Nosotros/Nosotras dijimos
  • Vosotros dijisteis
  • Ellos/Ellas/Ustedes dijeron
  • Ik heb gezegd
  • Jij hebt gezegd
  • Hij/zij/u heeft/hebt gezegd
  • Wij hebben gezegd
  • Jullie hebben gezegd
  • Zij hebben gezegd, u (meervoud) heeft gezegd