cactus

Spaanse-taal.net

Home

Over de Spaanse taal

Terug naar grammatica

Het vervoegen van het onregelmatige werkwoord 'dormir' (indicativo)

Presente

  • Yo duermo
  • Tú duermes
  • Él/Ella/Usted duerme
  • Nosotros/Nosotras dormimos
  • Vosotros dormís
  • Ellos/Ellas/Ustedes duermen
  • Ik slaap
  • Jij slaapt
  • Hij/zij slaapt
  • Wij slapen
  • Jullie slapen
  • Zij slapen, u (meervoud) slaapt

Pretérito Imperfecto

  • Yo dormía
  • Tú dormías
  • Él/Ella/Usted dormía
  • Nosotros/Nosotras dormíamos
  • Vosotros dormíais
  • Ellos/Ellas/Ustedes dormían
  • Ik sliep
  • Jij sliep
  • Hij/zij/u sliep
  • Wij sliepen
  • Jullie sliepen
  • Zij sliepen, u (meervoud) sliep

Pretérito Indefinido

  • Yo dormí
  • Tú dormiste
  • Él/Ella/Usted durmió
  • Nosotros/Nosotras dormimos
  • Vosotros dormisteis
  • Ellos/Ellas/Ustedes durmieron
  • Ik heb geslapen
  • Jij hebt geslapen
  • Hij/zij/u heeft/hebt geslapen
  • Wij hebben geslapen
  • Jullie hebben geslapen
  • Zij hebben geslapen, u (meervoud) heeft geslapen