cactus

Spaanse-taal.net

Home

Over de Spaanse taal

Terug naar grammatica

Het vervoegen van het onregelmatige werkwoord 'hacer' (indicativo)

Presente

Yo hago Ik doe
Tú haces Jij doet
Él/Ella/Usted hace Hij/zij doet
Nosotros/Nosotras hacemos Wij doen
Vosotros hacéis Jullie doen
Ellos/Ellas/Ustedes hacen Zij doen, u (meervoud) doet

Pretérito Imperfecto

Yo hacía Ik deed
Tú hacías Jij deed
Él/Ella/Usted hacía Hij/zij/u deed
Nosotros/Nosotras hacíamos Wij deden
Vosotros hacíais Jullie deden
Ellos/Ellas/Ustedes hacían Zij deden, u (meervoud) deed

Pretérito Indefinido

Yo hice Ik heb gedaan
Tú hiciste Jij hebt gedaan
Él/Ella/Usted hizo Hij/zij/u heeft/hebt gedaan
Nosotros/Nosotras hicimos Wij hebben gedaan
Vosotros hicisteis Jullie hebben gedaan
Ellos/Ellas/Ustedes hicieron Zij hebben gedaan, u(meervoud) heeft gedaan