cactus

Spaanse-taal.net

Home

Over de Spaanse taal

Terug naar grammatica

Het vervoegen van het onregelmatige werkwoord 'oír' (indicativo)

Presente

  • Yo oigo
  • Tú oyes
  • Él/Ella/Usted oye
  • Nosotros/Nosotras oímos
  • Vosotros oís
  • Ellos/Ellas/Ustedes oyen
  • Ik hoor
  • Jij hoort
  • Hij/zij horen
  • Wij horen
  • Jullie horen
  • Zij horen, u (meervoud) horen

Pretérito Imperfecto

  • Yo oía
  • Tú oías
  • Él/Ella/Usted oía
  • Nosotros/Nosotras oíamos
  • Vosotros oíais
  • Ellos/Ellas/Ustedes oían
  • Ik hoorde
  • Jij hoorde
  • Hij/zij/u hoorde
  • Wij hoorden
  • Jullie vertelden
  • Zij hoorden, u (meervoud) hoorde

Pretérito Indefinido

  • Yo oí
  • Tú oíste
  • Él/Ella/Usted oyó
  • Nosotros/Nosotras oímos
  • Vosotros oyeron
  • Ellos/Ellas/Ustedes contaron
  • Ik heb gehoord
  • Jij hebt gehoord
  • Hij/zij/u heeft/hebt gehoord
  • Wij hebben gehoord
  • Jullie hebben gehoord
  • Zij hebben gehoord, u (meervoud) heeft gehoord