cactus

Spaanse-taal.net

Home

Over de Spaanse taal

Terug naar grammatica

Het vervoegen van het onregelmatige werkwoord 'poner' (indicativo)

Presente

  • Yo pongo
  • Tú pones
  • Él/Ella/Usted pone
  • Nosotros/Nosotras ponemos
  • Vosotros ponéis
  • Ellos/Ellas/Ustedes ponen
  • Ik leg neer
  • Jij legt neer
  • Hij/zij legt neer
  • Wij leggen neer
  • Jullie leggen neer
  • Zij leggen neer, u (meervoud) legt neer

Pretérito Imperfecto

  • Yo ponía
  • Tú ponía
  • Él/Ella/Usted ponía
  • Nosotros/Nosotras poníamos
  • Vosotros poníais
  • Ellos/Ellas/Ustedes ponían
  • Ik legde neer
  • Jij legde neer
  • Hij/zij/u legde neer
  • Wij legden neer
  • Jullie legden neer
  • Zij legden neer, u (meervoud) legde neer

Pretérito Indefinido

  • Yo puse
  • Tú pusiste
  • Él/Ella/Usted puso
  • Nosotros/Nosotras pusimos
  • Vosotros pusisteis
  • Ellos/Ellas/Ustedes pusieron
  • Ik heb neergelegt
  • Jij hebt neergelegt
  • Hij/zij/u heeft/hebt neergelegt
  • Wij hebben neergelegt
  • Jullie hebben neergelegt
  • Zij hebben neergelegt, u (meervoud) heeft neergelegt